In het voorjaar van 2024 gingen er 12.000 bomen de grond in, verdeeld over drie percelen in Oost-Vlaanderen en een uitbreiding van het project in Ibi Village. Twee jaar later zijn we gaan tellen, boom per boom, op steekproeven van telkens vijfhonderd stuks. Het resultaat: 10.740 bomen staan er nog, oftewel 89,5 procent.
Dat cijfer ligt onder wat we hadden aangekondigd. In onze communicatie van 2024 spraken we over een verwachte overleving van 95 procent. Die belofte hebben we niet gehaald, en we vinden dat je dat hier moet kunnen lezen in plaats van in een voetnoot van het jaarrapport.
Waar het misging
De uitval zit bijna volledig bij twee soorten. De zachte berk had het zwaar in de droge zomer van 2025, en op het zuidelijke perceel bleek de grond compacter dan de bodemanalyse liet uitschijnen. Waar de zomereik en de haagbeuk boven de 94 procent bleven, zakte de berk naar 71 procent.
-
94,2%
zomereik
-
94,0%
haagbeuk
-
71,4%
zachte berk
“Je plant niet voor volgend jaar. Je plant voor 2070, en dan moet je durven toegeven dat de eerste twee jaar tegenvielen.”
Wat we anders doen
Geen berk meer op de zuidelijke percelen. In het najaar planten we daar wintereik en fladderiep bij, soorten die beter tegen droogte kunnen.
Bodemanalyse op tien punten per hectare in plaats van drie. Dat kost meer, en het had ons hier een pak uitval bespaard.
We herplanten de 1.260 uitgevallen bomen op onze kosten. Dat staat los van de bomen die bij je abonnement horen, die worden gewoon extra geplant.
Vanaf nu communiceren we met 88 procent als ondergrens in plaats van 95 procent als verwachting. Liever een cijfer dat klopt dan een cijfer dat mooi staat.
De volgende telling staat gepland voor juli 2028, opnieuw met steekproeven van vijfhonderd. De ruwe data van deze telling staan in een open spreadsheet, met per perceel de soort, het plantjaar en de status.