Bomen planten is zichtbaar, telbaar en makkelijk uit te leggen. Daarom doen we het graag, en daarom staat er een teller op onze homepage. Maar wie een jaar lang met een ecoloog over onze percelen loopt, hoort telkens dezelfde vraag: waar blijft het water?

Vlaanderen is de voorbije eeuw systematisch drooggelegd. Grachten werden rechtgetrokken, poelen gedempt, weilanden gedraineerd. Een jonge boom op zo’n perceel moet het hebben van wat er uit de lucht valt, en dat is in een droge zomer te weinig.

Wat een poel doet

Een poel van twintig bij tien meter houdt in de winter regenwater vast en geeft het in de zomer traag terug aan de bodem rondom. De bomen in een straal van vijftig meter groeien merkbaar beter. Bovendien komen er libellen, kikkers en zwaluwen op af, soorten die je in een jonge aanplant anders jaren mist.

De schapen van de buurman maaien de oevers. Ze werken gratis, maar niet altijd waar we het vragen.

Vanaf dit najaar gaat tien procent van het natuurbudget naar poelen, grachten en natte graslanden. Dat zijn een paar honderd bomen minder per jaar. We denken dat het bos er op termijn sterker van wordt, en we gaan dat meten: de bomen rond de poel in Zwalm tellen we apart.